Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 17 april 2025, met bijlagen;
- de (voorwaardelijke) conclusie van antwoord, met bijlagen,
- de pleitnota van [eiser];
- de pleitnotities van Erfgoedhaven.
Rechtbank Rotterdam
De werknemer is sinds december 2019 senior havenmeester bij de werkgever en is sinds juni 2024 arbeidsongeschikt. De bedrijfsarts heeft in november 2024 geoordeeld dat de werknemer geschikt is om geleidelijk zijn werk te hervatten. Ondanks mediationpogingen is er geen oplossing gevonden voor spanningen op de werkvloer.
De werknemer vordert in kort geding toelating tot zijn functie om te starten met re-integratie conform het opbouwschema van de bedrijfsarts. De werkgever weigert dit, mede omdat in een gelijktijdige verzoekschriftprocedure de arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2025 is ontbonden wegens een verstoorde arbeidsrelatie.
De kantonrechter oordeelt dat het belang van de werkgever om de werknemer niet toe te laten tot de werkzaamheden zwaarder weegt dan het belang van de werknemer om te re-integreren, vanwege de negatieve impact van de werknemer op de werksfeer. De vordering wordt daarom afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering tot toelating tot werkzaamheden wordt afgewezen vanwege het zwaarder wegen van het belang van de werkgever na ontbinding van de arbeidsovereenkomst.