Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 januari 2025, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlage;
- de e-mail van [eiseres] van 28 mei 2025, met bijlage.
2.De beoordeling
- voor de huurovereenkomst met betrekking tot de [adres 2] te Rotterdam staat een huurachterstand open van € 3.166,81. Deze huurovereenkomst is beëindigd;
- voor de huurovereenkomst met betrekking tot de [adres 3] te Rotterdam staat een huurachterstand open van € 25.772,79. Deze huurovereenkomst is beëindigd;
- voor de huurovereenkomst met betrekking tot de [adres 1] te Rotterdam staat tot en met oktober 2024 een huurachterstand open van € 24.083,36. Deze huurovereenkomst loopt nog;
- [gedaagde] is een bedrag van € 7.953,44 aan buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd aan [eiseres] ;
- [gedaagde] is een bedrag van € 5.901,00 aan wettelijke handelsrente verschuldigd tot en met oktober 2024;
- [gedaagde] moet deze bedragen in drie termijnen op 31 oktober 2024, 30 november 2024 en 31 december 2024 betalen aan [eiseres] ;
- bij niet-nakoming verbeurt [gedaagde] direct een boete van € 25.000,00 die opeisbaar is vanaf 1 januari 2025;
- [gedaagde] moet tijdig de maandelijkse huur betalen.