Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 20 februari 2025, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de akte van Woonstad.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een huurovereenkomst tussen Stichting Woonstad Rotterdam en gedaagde, die sinds 2013 een woning huurt. Er is een huurachterstand ontstaan van € 8.148,65 tot en met juni 2025, oplopend tot ruim 11 maanden tijdens de procedure. Woonstad vordert betaling van de achterstand en ontbinding van de huurovereenkomst.
Gedaagde erkent de achterstand maar vraagt om een laatste kans, verwijzend naar hulp van Stichting Nieuw Vaarwater om de achterstanden te voldoen. De kantonrechter weegt mee dat er een minderjarig kind in de woning woont en dat ontruiming een ingrijpende maatregel is. Op grond van artikel 3 lid 1 IVRK Pro worden de belangen van het kind zwaar meegewogen.
De kantonrechter oordeelt dat de ernstige huurachterstand de ontbinding rechtvaardigt, maar geeft een ruime ontruimingstermijn van drie maanden na betekening van het vonnis. Tot de ontruiming moet gedaagde een gebruiksvergoeding betalen. Tevens wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de achterstand, wettelijke rente, en proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, gebruiksvergoeding en ontruiming binnen drie maanden.