De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om een voorlopige ondertoezichtstelling van de minderjarige voor drie maanden en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing bij het netwerkgezin voor vier weken. De moeder stemt in met de ondertoezichtstelling, maar maakt bezwaar tegen de uithuisplaatsing bij het netwerkgezin vanwege zorgen over het netwerk van loverboys en eerdere incidenten.
De minderjarige vertoont zelfbepalend gedrag en heeft veel meegemaakt, met een verbroken contact met haar vader en gespannen relatie met haar moeder. Zij verblijft momenteel bij het netwerkgezin omdat zij niet wil meewerken aan plaatsing op een open groep en daar weggelopen is.
De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor ondertoezichtstelling zijn vervuld en dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt. De minderjarige wordt onder toezicht gesteld van 20 mei tot 20 augustus 2025 en de machtiging tot uithuisplaatsing geldt van 20 mei tot 17 juni 2025.