De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting voor een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een voorziening voor pleegzorg. De minderjarige verblijft momenteel bij een pleegmoeder en ontwikkelt zich daar goed. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling verlengd en eerder een machtiging verleend voor uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie, maar het verzoek is gewijzigd naar plaatsing bij de pleegmoeder.
Tijdens de zitting waren de advocaten van de ouders en de minderjarige aanwezig, evenals een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling en de pleegmoeder als informant. De ouders waren niet aanwezig, maar correct opgeroepen. De minderjarige stemde in met het gewijzigde verzoek en gaf aan het goed te hebben bij de pleegmoeder.
De kinderrechter oordeelt dat de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige, die een belast verleden heeft en moeite heeft met emotie-regulatie. De pleegmoeder biedt een stabiele en rustige opvoedomgeving, en de minderjarige volgt therapie en diverse activiteiten. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geldt tot 8 december 2025.