ECLI:NL:RBROT:2025:806

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 januari 2025
Publicatiedatum
22 januari 2025
Zaaknummer
11420112 VV EXPL 24-585
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 556 RvArt. 444 RvArt. 557 RvArt. 233 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning na afloop huurovereenkomst toegewezen in kort geding

Spring Properties C S.A.R.L., een vennootschap naar Luxemburgs recht, vordert in kort geding de ontruiming van een woning te Rotterdam die zij aan [gedaagde] heeft verhuurd. De huurovereenkomst liep van 17 oktober 2022 tot en met 16 oktober 2024. Spring Properties heeft de huurder op 5 augustus 2024 geïnformeerd dat de huurovereenkomst niet wordt verlengd. Ondanks deze kennisgeving heeft [gedaagde] de woning niet verlaten.

Tijdens de zitting op 6 januari 2025 hebben partijen een ontruimingstermijn van drie maanden afgesproken, ingaand op de datum van de zitting. De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] daarom om uiterlijk 6 april 2025 de woning te ontruimen, inclusief alle personen en zaken die zich daar bevinden vanwege [gedaagde], en de woning leeg en met alle sleutels aan Spring Properties te overdragen.

De kantonrechter wijst het verzoek om expliciet op te nemen dat ontruiming door een deurwaarder kan worden bewerkstelligd af, omdat dit al wettelijk is geregeld. Verder bepalen partijen dat zij ieder hun eigen proceskosten dragen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd, ook als hoger beroep wordt ingesteld.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld om de woning uiterlijk 6 april 2025 te ontruimen en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11420112 VV EXPL 24-585
datum uitspraak: 20 januari 2025
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
de vennootschap naar Luxemburgs recht,
Spring Properties C S.A.R.L.,
vestigingsplaats: Luxemburg, Luxemburg,
eiseres,
gemachtigde: mr. M.A. Visser,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 11 december 2024, met bijlagen.
1.2.
Op 6 januari 2025 heeft de kantonrechter de zaak tijdens een zitting met de partijen besproken.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] heeft een woning gehuurd van Spring Properties. Haar huurovereenkomst liep van 17 oktober 2022 tot en met 16 oktober 2024. Spring Properties wil de woning na die datum niet meer verhuren aan [gedaagde] . Zij stelt dat zij [gedaagde] daarom op 5 augustus 2024 heeft geïnformeerd dat de huurovereenkomst eindigt. [gedaagde] heeft tot nu toe de woning niet verlaten. Spring Properties eist daarom in deze procedure dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de woning te ontruimen.
De eis wordt grotendeels toegewezen
2.2.
Tijdens de zitting hebben [gedaagde] en Spring Properties afgesproken dat [gedaagde] de woning binnen drie maanden zal ontruimen. Deze drie maanden gingen in op de dag van de zitting. Dat betekent dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt om de woning uiterlijk 6 april 2025 te ontruimen.
2.3.
De kantonrechter neemt in de veroordeling niet op dat de ontruiming zo nodig door de deurwaarder kan worden bewerkstelligd, zoals Spring Properties heeft geëist. In de wet staat namelijk al dat de deurwaarder dat mag (artikel 556 Rv Pro). Daarbij kan de deurwaarder de hulp van politie en justitie inroepen (artikel 444 en Pro 557 Rv).
De partijen dragen hun eigen proceskosten
2.4.
De kantonrechter bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen. Dat betekent dat zij geen vergoeding hoeven te betalen voor de kosten die de andere partij heeft gemaakt. De reden daarvan is dat zij dit tijdens de zitting hebben afgesproken.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Spring Properties dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om de woning op het adres [adres] in Rotterdam uiterlijk 6 april 2025 te ontruimen, met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden, en de woning leeg en in overeenstemming met de huurovereenkomst met alle sleutels ter beschikking van Spring Properties te stellen;
3.2.
bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
33394