Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar met aftrek van voorarrest, waarvan een jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en als bijzondere voorwaarden de voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd, zonder het contactverbod, alsmede oplegging van de 38v-maatregel.
4.Waardering van het bewijs
.Ze heeft daarna één keer gezegd dat ze niet wilde, toen ben ik gestopt en naar boven gegaan. Ik hoorde haar ongeveer een kwartier later vanaf beneden gillen en toen is zij overstuur weggegaan. Ik was op dat moment boven. Ik denk dat zij zichzelf met haar verklaring wil indekken. U vraagt mij of ik haar lichaam ben binnengedrongen, met mijn handen of mijn geslachtsdeel. Ja, mijn hand heeft daartussen gezeten maar dat was niet tegen haar wil
.Toen zij zei stoppen ben ik gestopt. U vraagt mij of ik haar benen heb gespreid of geopend. Ik heb alleen mijn hand op haar been gelegd en toen heeft zij deze zelf omhooggetrokken en toen heb ik een beetje gefriemeld, tot ze stop zei. U vraagt mij naar het drankgebruik. Ik had veel meer dan vier biertjes op. We waren allemaal heel dronken’.
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf en maatregel
- meldplicht bij de reclassering;
- ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname);
- contactverbod;
- dagbesteding; en
- meewerken aan middelencontrole.
8.Vordering benadeelde partij
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van drie jaar;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de
€ 5.000,- (zegge: vijfduizend),bestaande uit € 5.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij] te betalen
€ 5.000,-(hoofdsom,
zegge:vijfduizend), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 augustus 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
60 dagen;