De kinderrechter van de rechtbank Rotterdam heeft op 9 mei 2025 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die sinds zijn acht maanden oud is geplaatst in een pleeggezin. De voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging waren aanvankelijk verleend vanwege zorgen over de veiligheid en zorgcapaciteit van de ouders.
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Zuid-Holland verzocht om verlenging van beide maatregelen met een jaar, omdat de persoonlijke problematiek van de ouders nog steeds onvoldoende zorg en aandacht voor de minderjarige mogelijk maakt. De moeder en vader stemden in met de verlenging, evenals de pleegmoeder, die bevestigde dat de minderjarige zich goed ontwikkelt in het pleeggezin.
De kinderrechter oordeelde dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld en dat het belang van de minderjarige bij continuering van de ondertoezichtstelling en verblijf in het pleeggezin voorop staat. Tevens werd de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt. Het contact tussen de minderjarige en zijn ouders zal worden uitgebreid indien mogelijk, met het belang van de minderjarige als leidraad.