ECLI:NL:RBROT:2025:7736
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning woninguitbreiding
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders voor het vergroten van een woning met een aanbouw en opbouw. Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit en stelde dat het college onvoldoende kennis had vergaard over de af te wegen feiten en belangen, waaronder strijdigheden met het bestemmingsplan en onvoldoende aandacht voor privacy en technische bouwaspecten.
De voorzieningenrechter constateerde dat het college niet had voldaan aan de vereiste kennisvergaringsplicht, met name door het niet inwinnen van advies bij de beheerder van de waterkering en het ontbreken van een archeologisch rapport. Echter, na het besluit zijn deze gebreken deels hersteld door het verkrijgen van een watervergunning en het opstellen van een archeologisch onderzoeksprogramma.
Verder oordeelde de voorzieningenrechter dat het bouwplan stedenbouwkundig verantwoord was en dat de privacyaspecten voldoende waren meegewogen. De technische bouwactiviteiten, waaronder heiwerkzaamheden, waren inmiddels afgerond, waarbij schade was ontstaan, maar de bouw was stilgelegd en een bouwveiligheidsplan was ingediend.
Gezien de verbeteringen en de omstandigheden zag de voorzieningenrechter geen aanleiding om het bestreden besluit te schorsen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, waarmee de omgevingsvergunning in stand blijft.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen.