De officier van justitie verzocht de rechtbank Rotterdam om een wijziging van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) vanwege vermeende niet-naleving van ambulante afspraken en medicatieweigering door betrokkene. Betrokkene, die sinds oktober 2024 progressie had geboekt en geen medicatie gebruikte, betwistte de noodzaak van wijziging en stelde bereid te zijn tot contact met behandelaren.
De rechtbank overwoog dat hoewel er zorgen zijn over de medewerking van betrokkene, onvoldoende is aangetoond dat sprake is van een (dreigende) noodsituatie met acuut gevaar die een opname rechtvaardigt. Verwijzingen naar stalking en contactverbod werden niet onderbouwd met stukken die acuut ernstig nadeel voor derden aantonen.
Daarom voldoet het verzoek niet aan de criteria voor verplichte zorg volgens de Wvggz en werd het verzoek tot wijziging van de zorgmachtiging afgewezen. De beschikking is mondeling gegeven op 3 juni 2025 en schriftelijk uitgewerkt op 16 juni 2025.