Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[handelsnaam 1],
[handelsnaam 2],
1.De procedure
- de dagvaarding van 13 december 2024, met één bijlage;
- het antwoord;
- de akte van [eiser] van 5 maart 2025, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
Eiser stelt dat tussen hem en gedaagde een koopovereenkomst is gesloten waarbij gedaagde producten heeft gekocht en een factuur van € 2.734,60 niet heeft betaald. Eiser vordert betaling van dit bedrag, vermeerderd met incassokosten en rente.
Gedaagde betwist het bestaan van de koopovereenkomst, maar verschijnt niet op de zitting en levert geen inhoudelijke weerlegging. Eiser heeft toegelicht dat de overeenkomst tot stand kwam via contact tussen hem en de bestuurder van gedaagde, met levering en installatie van producten en communicatie via WhatsApp.
De kantonrechter acht de stelplicht en bewijslast voldoende vervuld door eiser en wijst de vordering toe. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de factuur, incassokosten van € 398,46, wettelijke rente tot de datum van uitspraak en de proceskosten van € 882,22. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de factuur, incassokosten, rente en proceskosten.