Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding in kort geding van 21 mei 2025;
- de door [eiser] overgelegde producties.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een kort geding over de ontruiming van een huurwoning wegens een huurachterstand van ongeveer zes maanden, ter hoogte van €7.770, ontstaan door tijdelijke inkomensproblemen van de huurders. De kantonrechter erkent de huurachterstand maar ziet aanleiding om de huurders een eenmalige termijn (terme de grâce) te geven tot 1 augustus 2025 om de volledige achterstand te voldoen, mits zij de lopende huurtermijnen blijven betalen.
Indien de huurders niet aan deze betalingsverplichting voldoen, wordt de huurovereenkomst ontbonden en dienen zij de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis te ontruimen. De kantonrechter veroordeelt hen tevens tot betaling van de contractuele rente van 8% per jaar over de openstaande huurtermijnen.
Daarnaast wijst de kantonrechter ambtshalve de gevorderde boetes en incassokosten af, omdat de bepalingen in de huurovereenkomst hierover als oneerlijk worden aangemerkt. Deze bepalingen wijken nadelig af van de dwingende wettelijke regels omtrent rente en incassokosten. De huurders worden veroordeeld in de proceskosten, die worden vastgesteld op €1.081,43, met wettelijke rente.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.
Uitkomst: Huurders krijgen tot 1 augustus 2025 de tijd om huurachterstand te betalen, anders ontruiming; boetes en incassokosten worden afgewezen wegens oneerlijke bepalingen.