De rechtbank Rotterdam heeft op 7 mei 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing en het bezit van een geladen vuurwapen met bijbehorende munitie.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het eerste ten laste gelegde feit, het veroorzaken van een ontploffing bij een woning, omdat dit niet wettig en overtuigend was bewezen. Voor het tweede feit, het bezit van een omgebouwde alarmrevolver met munitie, werd verdachte bekend en dit werd zonder nadere motivering bewezen verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het bezit van het geladen vuurwapen in een woning waar ook zeer jonge kinderen aanwezig zijn, een levensgevaarlijke situatie opleverde. Gezien de ernst van het feit, eerdere veroordelingen van verdachte voor wapengebruik en de omstandigheden waaronder het wapen werd aangetroffen, werd een gevangenisstraf van 6 maanden opgelegd met aftrek van voorarrest.
De vorderingen van de benadeelde partijen met betrekking tot het eerste feit werden niet-ontvankelijk verklaard, omdat verdachte daarvan werd vrijgesproken. De rechtbank heeft geen inhoudelijke beslissing genomen over schadevergoedingen.
De uitspraak weerspiegelt de zorgvuldige afweging van bewijs, strafbaarheid en persoonlijke omstandigheden van verdachte met een nadruk op de gevaren van wapens in een woonomgeving met kinderen.