Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:749

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 januari 2025
Publicatiedatum
22 januari 2025
Zaaknummer
11344511 CV EXPL 24-4513
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 237 RvArt. 6:119 BWArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling openstaande facturen en incassokosten bij overeenkomst van opdracht

Grizzly New Marketing B.V. heeft twee overeenkomsten van opdracht gesloten met de gedaagde waarbij zij diensten verleende ter bevordering van de website van de gedaagde. Grizzly stuurde twee facturen van elk €3.835,70 die niet zijn betaald. Grizzly vorderde betaling van de facturen, wettelijke handelsrente, incassokosten en proceskosten.

De gedaagde erkende de overeenkomsten en de betalingsverplichting, maar reageerde niet op de oproep voor conclusie van antwoord. De kantonrechter oordeelde dat de hoofdsom en incassokosten toewijsbaar zijn. De gevorderde wettelijke handelsrente werd afgewezen omdat Grizzly een te hoog percentage (12,50%) hanteerde, terwijl de wettelijke handelsrente op dat moment 12,25% was. In plaats daarvan werd de contractuele rente van 1% per maand toegewezen.

Daarnaast werden de proceskosten begroot op €1.113,22 en aan de zijde van Grizzly toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat onmiddellijke uitvoering mogelijk is. De gedaagde is veroordeeld tot betaling van in totaal €8.429,97 vermeerderd met contractuele rente en proceskosten met wettelijke rente.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, incassokosten en proceskosten met contractuele rente, terwijl de gevorderde wettelijke handelsrente wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht
zaaknummer: 11344511 CV EXPL 24-4513
datum uitspraak: 16 januari 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Grizzly New Marketing B.V.,
vestigingsplaats: Breda,
eiseres,
gemachtigde: Te-Recht Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
tegen
[gedaagde],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats],
gedaagde,
vertegenwoordigd door: [naam].
De partijen worden hierna ‘Grizzly’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit het volgende processtuk:
- de dagvaarding van 1 oktober 2024, met bijlagen.
1.2.
[gedaagde] heeft per e-mail tot tweemaal toe een uitstel van vier weken verzocht, eerst voor de rol van 17 oktober 2024 en daarna voor de rol van 14 november 2024. Deze verzoeken zijn toegewezen en de zaak is uiteindelijk op de rol van 12 december 2024 gezet voor de laatste mogelijkheid tot het nemen van een conclusie van antwoord. [gedaagde] heeft op die rol, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet gereageerd.

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
Grizzly heeft met [gedaagde] twee overeenkomsten van opdracht gesloten waarbij zij diensten verleent om de resultaten van de website van [gedaagde] te bevorderen voor welke diensten [gedaagde] betaalt. Grizzly heeft voor de ene overeenkomst op 21 april 2024 een factuur ad € 3.835,70 gestuurd en op 21 juli 2024 voor de andere overeenkomst eveneens een factuur van € 3.835,70. Volgens Grizzly zijn deze facturen niet betaald.
2.2.
Grizzly eist betaling van de openstaande facturen zijnde in totaal € 7.671,40 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 25 september 2024, een bedrag van
€ 255,45 aan rente tot 1 oktober 2024 en € 758,57 aan buitengerechtelijke incassokosten.
2.3.
De kantonrechter stelt Grizzly grotendeels in het gelijk, dat betekent dat [gedaagde] de factuurbedragen moet betalen en de buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde handelsrente wordt echter afgewezen, in plaats daarvan wordt de wettelijke rente toegewezen. Hieronder wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet de factuurbedragen betalen
2.4.
[gedaagde] heeft niet weersproken dat zij overeenkomsten heeft gesloten met Grizzly en dat zij voor de geleverde diensten moet betalen. De gevorderde hoofdsom wordt dan ook toegewezen.
[gedaagde] moet de contractuele rente betalen
2.5.
De rente wordt toegewezen omdat Grizzly genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Grizzly eist echter de wettelijke handelsrente (dat mag volgens de geldende overeenkomsten wanneer deze hoger is dan de contractuele rente van 1% per maand) maar hanteert bij haar berekening een te hoog percentage, namelijk 12,50% terwijl de wettelijke handelsrente is vastgesteld op 12,25% per 1 juli 2024 (en overigens € 11,15% per 1 januari 2025) en een te hoog percentage berekenen mag niet. Daarom wordt de gevorderde wettelijke handelsrente afgewezen en de contractuele rente van 1% per maand toegewezen.
[gedaagde] moet de incassokosten betalen
2.6.
De incassokosten worden toegewezen omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Grizzly moet betalen op € 115,22 aan dagvaardingskosten, € 524,- aan griffierecht, € 339,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.113,22. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard omdat Grizzly dat eist en
[gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Grizzly te betalen € 8.429,97 vermeerderd met de contractuele rente van 1% per maand over de hoofdsom die na iedere wijziging vanaf de vervaldata van de respectievelijke facturen heeft opengestaan tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Grizzly worden begroot op € 1.113,22 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. van Dooren en in het openbaar uitgesproken.
745