Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 30 december 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De huurder huurt sinds juni 2017 een woning en heeft een huurachterstand opgebouwd van € 26.805,51 tot en met mei 2025. Hoewel de huurder een beroep doet op opschorting van de huurbetaling vanwege gebreken en vochtproblemen in de woning, heeft hij geen verzoek tot huurprijsverlaging ingediend bij de Huurcommissie of de rechter, zoals voorgeschreven in artikel 7:207 BW Pro.
De kantonrechter oordeelt dat de volledige opschorting van de huurbetaling niet proportioneel is, omdat de gebreken niet zodanig ernstig zijn dat het woongenot volledig is weggevallen. Daarom blijft de betalingsverplichting bestaan en moet de huurachterstand worden voldaan.
De huurovereenkomst wordt ontbonden op grond van artikel 6:265 BW Pro wegens de ernstige huurachterstand. De huurder moet de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen tot de dag van ontruiming. Daarnaast wordt de huurder veroordeeld tot betaling van wettelijke rente op de achterstand en de proceskosten, terwijl de vordering tot incassokosten wordt afgewezen vanwege niet-naleving van de wettelijke brieftermijn.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens huurachterstand, de huurder moet betalen en de woning ontruimen.