Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van artikel 287a Faillissementswet om een viertal schuldeisers te dwingen in te stemmen met een schuldregeling. Deze regeling voorziet in een minimale betaling aan schuldeisers gebaseerd op haar huidige afloscapaciteit, deels uit studiefinanciering en een parttime baan.
Schuldeisers ING, Gemeente Rotterdam, Sint Franciscus Gasthuis en T-Mobile verzetten zich tegen het verzoek omdat het akkoord niet het maximaal haalbare is. Zij wijzen erop dat verzoekster een opleiding volgt en daardoor niet volledig kan werken, terwijl zij geacht wordt zich maximaal in te spannen om haar inkomen te verhogen. Ook is de schuld aan ING ontstaan door fraude.
De rechtbank weegt de belangen af en concludeert dat de weigering van de schuldeisers redelijk is gezien hun aandeel in de schuldenlast en het gebrek aan bewijs dat verzoekster niet kan werken. De rechtbank oordeelt dat verzoekster onvoldoende heeft aangetoond dat haar huidige afloscapaciteit blijvend is en wijst het verzoek tot gedwongen schuldregeling af.
De rechtbank zal in een afzonderlijke beslissing het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling behandelen. Het vonnis is gewezen door rechter C. de Jong en is op 24 maart 2025 in het openbaar uitgesproken.