Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer M. Madja, werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster diende een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens een schuld van ruim €33.920. Zij ontvangt een Ziektewetuitkering en heeft psychische klachten waarvoor zij op een wachtlijst staat bij een GGZ-instelling. De rechtbank beoordeelde of verzoekster te goeder trouw was bij het ontstaan en het onbetaald laten van haar schulden in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek en of zij haar verplichtingen uit de regeling zou kunnen nakomen.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster niet te goeder trouw was, onder meer vanwege onbetaalde motorrijtuigenbelasting en verkeersboetes die op haar naam stonden maar door haar partner niet werden voldaan. Dit leidde tot de verwachting dat nieuwe schulden zouden ontstaan. Daarnaast achtte de rechtbank de psychosociale problematiek onvoldoende onder controle, waardoor gegronde vrees bestaat dat verzoekster haar verplichtingen niet zal nakomen.
De rechtbank wees het verzoek daarom af. Zij gaf aan dat een nieuw verzoek mogelijk kansrijker is wanneer verzoekster met een verklaring kan aantonen dat haar psychosociale problemen onder controle zijn. Het vonnis werd uitgesproken door rechter E.A. Vroom op 21 mei 2025.
Uitkomst: Verzoek tot schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende beheersbare psychosociale problematiek.