De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2010. De minderjarige woont bij zijn vader en stiefmoeder, waar het goed gaat met zijn sociale ontwikkeling en schoolprestaties. De moeder oefent haar gezag niet uit en is uit beeld, ondanks pogingen van de GI om contact te leggen.
De GI heeft in januari 2024 de Raad verzocht een onderzoek te doen naar een gezagsbeëindigende maatregel van de moeder, maar het rapport is nog niet afgerond. De GI handhaaft het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor zes maanden, zodat begeleiding kan worden voortgezet en het onderzoek kan worden afgerond.
De vader en stiefmoeder verzetten zich niet tegen het verzoek. De kinderrechter stelt vast dat aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan en dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.