Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 21 mei 2025, met bijlagen;
- de akte van [eiseres] , met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van [gedaagde] en van [eiseres] .
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een executiegeschil over de tenuitvoerlegging van een vonnis waarbij de huurovereenkomst van een woning is ontbonden en ontruiming is bevolen. De huurder, vertegenwoordigd door een bewindvoerder, is ziek geworden en heeft hulp ontvangen van het wijkteam en een kliniek. De situatie van de huurder is verbeterd en het is van groot belang voor haar herstel dat zij in de woning kan blijven wonen.
De verhuurder wil de woning op korte termijn ontruimen om deze te kunnen verhuren tegen een hogere huurprijs, maar dit belang wordt door de rechtbank niet als rechtens te respecteren beoordeeld. De kantonrechter weegt het belang van de huurder en bewindvoerder bij het behoud van de woning zwaarder dan het belang van de verhuurder bij ontruiming.
De rechtbank schorst daarom de tenuitvoerlegging van het vonnis totdat in hoger beroep uitspraak is gedaan over de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van de verhuurder opgelegd en wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis wordt geschorst totdat in hoger beroep uitspraak is gedaan.