Eiseres heeft tussen december 2023 en januari 2024 een bedrag van € 2.220,- aan gedaagde uitgeleend, vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst met terugbetalingsafspraken en rente. Gedaagde betaalde slechts € 1.000,- terug en stelde dat het bedrag een betaling voor niet geleverde iPhones betrof.
De kantonrechter stelde vast dat de geldleningsovereenkomst rechtsgeldig is, mede doordat gedaagde deze heeft ondertekend en de betalingen via bankafschriften zijn aangetoond. De stelling van gedaagde dat het om een koop ging, werd onvoldoende onderbouwd en door eiseres betwist.
Daarom werd gedaagde veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag van € 1.220,-, de contractuele rente van € 635,17, buitengerechtelijke incassokosten van € 115,59 en wettelijke rente vanaf 1 december 2024. Ook werden proceskosten van € 895,39 aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.