Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren en 6 maanden met aftrek van voorarrest.
4.Rechtsmacht en ontvankelijkheid openbaar ministerie
5.Waardering van het bewijs
- De verdachte heeft verklaard dat hij de naam ‘ [naam 2] ’ gebruikte en dat hij deze naam bij de onderhandelingen met de rederij aannam.
- De bemanningsleden hebben verklaard dat degene die bij hun bekend staat als ‘ [naam 1] ’, zichzelf tijdens de telefonische onderhandelingen met de rederij ‘ [naam 2] ’ noemde.
- De bemanningsleden noemden ‘ [naam 1] ’ ook wel ‘ [naam 3] ’ omdat hij een ketting met een hanger van een dolfijn droeg.
- De verdachte heeft in een verhoor op 10 december 2019 uit eigen beweging verklaard dat hij een ketting droeg met een dolfijnenhanger.
- In de telefoons die bij de aanhouding van de verdachte onder hem in beslag zijn genomen, is te zien dat er berichten naar die telefoons zijn gestuurd waarin de ontvanger ‘ [naam 1] ’ wordt genoemd. De verdachte heeft tijdens de zitting verklaard dat hij één van de personen kent die zo’n bericht naar hem heeft gestuurd.
6.Strafbaarheid feiten
het in zijn macht brengen en het in zijn macht houden van een vaartuig door bedreiging met geweld en vreesaanjaging door twee of meer personen gezamenlijk gepleegd met het oogmerk iemand wederrechtelijk van zijn vrijheid te beroven en beroofd te houden.
2.medeplegen van gijzeling, meermalen gepleegd
7.Strafbaarheid verdachte
8.Motivering straf
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie jaren);