Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 25 september 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de mail van Woonstad, met bijlage;
- de zittingsaantekeningen van [gedaagde] .
Rechtbank Rotterdam
De huurovereenkomst tussen Stichting Woonstad Rotterdam en mevrouw [persoon A], vertegenwoordigd door haar bewindvoerder, is ontbonden wegens ernstige tekortkomingen in de nakoming. Mevrouw [persoon A] veroorzaakte structurele vervuiling, verwaarlozing en overlast in de woning, wat niet is betwist. Ondanks dat zij sinds augustus 2024 in een psychiatrische instelling verblijft en de woning inmiddels is schoongemaakt, is de verwachting dat bij terugkeer dezelfde problemen zullen ontstaan.
Woonstad heeft meerdere maatregelen genomen om ontbinding en ontruiming te voorkomen, waaronder gedragsaanwijzingen en deelname aan multidisciplinaire overleggen. De bewindvoerder stelde dat mevrouw [persoon A] mogelijk terugkeert en belang heeft bij de woning, maar kon dit niet onderbouwen met stukken of zorgadviezen. De kantonrechter acht het belang van Woonstad bij ontbinding en ontruiming zwaarder dan het belang van mevrouw [persoon A] bij behoud van de woning.
De kantonrechter veroordeelt de bewindvoerder tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis en tot betaling van een procesvergoeding van €780,17. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd. Er zijn geen oneerlijke bedingen vastgesteld in de huurovereenkomst.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de bewindvoerder veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen.