ECLI:NL:RBROT:2025:6728
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot ontslag testamentair bewindvoerder afgewezen wegens onbevoegdheid rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam ontving een verzoek van een testamentair bewindvoerder om ontslag te worden verleend. De bewindvoerder was benoemd door de overledene, die in zijn testament een bewind had ingesteld over nagelaten goederen ten behoeve van belanghebbende, de zoon van de overledene.
De verzoeker gaf aan geen band meer te hebben met belanghebbende en geen werkzaamheden te hebben verricht. De kantonrechter stelde echter vast dat de rechtbank Rotterdam niet bevoegd was om over het verzoek te beslissen. De bevoegdheid ligt bij de kantonrechter van de woonplaats van de bewindvoerder, in dit geval de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda.
Er was geen sprake van concentratie van toezicht of andere bezwaren die verwijzing zouden kunnen verhinderen. Daarom verklaarde de kantonrechter zich ambtshalve onbevoegd en verwees de zaak naar de bevoegde kantonrechter. De griffier werd opgedragen de processtukken door te zenden.
Deze beslissing werd in het openbaar uitgesproken door mr. C. van Steenderen-Koornneef op 24 april 2025.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de bevoegde kantonrechter in Breda.