Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:6725

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 april 2025
Publicatiedatum
6 juni 2025
Zaaknummer
C/10/695441 / HA RK 25-201
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:203 BWArt. 4:202 BWArt. 4:206 BWArt. 288 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming vereffenaar wegens tekortschieten erfgenamen in nalatenschap

Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam verzocht om benoeming van mr. P.C. Nieuwenhuizen als vereffenaar van de nalatenschap van de overledene, die op 1 april 2025 in Dordrecht is overleden. De nalatenschap is beneficiair aanvaard door enkele erfgenamen, maar deze zijn tekortgeschoten in hun verplichtingen, waaronder het voldoen van een schuld aan verzoeker en hypotheekbetalingen.

De rechtbank heeft belanghebbenden schriftelijk verzocht om verweer, maar zij hebben niet gereageerd. Verzoeker stelt schuldeiser te zijn wegens een overbedelingsvordering uit een notariële akte en heeft ook kosten voorgeschoten. De nalatenschap vertoont een tekort waardoor het beheer niet adequaat wordt uitgevoerd.

De rechtbank oordeelt dat aan de voorwaarden van artikel 4:203 lid 1 onder Pro b BW is voldaan om een vereffenaar te benoemen. De benoeming wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de vereffenaar wordt opgedragen de benoeming bekend te maken. Een proceskostenveroordeling wordt afgewezen vanwege het eenzijdige karakter van het verzoek.

Uitkomst: Verzoek tot benoeming van een vereffenaar wordt toegewezen en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/695441 / HA RK 25-201
Beschikking van 18 april 2025
in de zaak van
[verzoeker],
woonplaats: [woonplaats 1] ,
verzoeker,
advocaat mr. W.J. van der Kroon te Zoetermeer.
Belanghebbenden:
[belanghebbende 1] , wonende te [woonplaats 2] ,
[belanghebbende 2] , wonende te [woonplaats 3] ,
[belanghebbende 3] , wonende te [woonplaats 4] ,
[belanghebbende 4] , wonende te [woonplaats 5] ,
[belanghebbende 5] , wonende te [woonplaats 6] ,
[belanghebbende 6] , wonende te [woonplaats 7] ,
[belanghebbende 7] , wonende te [woonplaats 8] ,
[belanghebbende 8] , wonende te [woonplaats 9] ,
[belanghebbende 9] , wonende te [woonplaats 9] ,
[belanghebbende 10] , wonende te [woonplaats 10] .

1.Het procesverloop

1.1.
Op 4 maart 2025 is bij de rechtbank ingekomen het verzoekschrift van verzoeker om een vereffenaar te benoemen op grond van artikel 4:203 BW Pro, met producties.
1.2.
De griffier heeft bij aangetekende brieven van 19 maart 2025 aan de belanghebbenden gevraagd of zij verweer wil voeren tegen het ingekomen verzoekschrift. Belanghebbenden hebben niet gereageerd. De brief aan belanghebbende sub 3 is retour gekomen met als reden ‘geweigerd’.
1.3.
Omdat belanghebbenden niet hebben aangegeven verweer te willen voeren en verzoeker heeft afgezien van het recht op een mondelinge behandeling, heeft de rechtbank besloten om zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen.

2.De beoordeling

2.1.
Verzoeker vraagt om mr. P.C. Nieuwenhuizen tot vereffenaar te benoemen in de nalatenschap van de heer [erflater] (hierna: de overledene), die op [overlijdensdatum 1] is overleden in Dordrecht. De rechtbank wijst het verzoek toe. Hierna wordt toegelicht hoe tot dit oordeel is gekomen.
2.2.
De rechtbank kan als een nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard (de zogenoemde beneficiaire aanvaarding) een vereffenaar benoemen op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie, wanneer hij die met het beheer van de nalatenschap is belast in ernstige mate in de vervulling van zijn verplichtingen tekortschiet, daartoe ongeschikt is of niet voldoet aan een last tot zekerheidsstelling, wanneer de schulden van de nalatenschap de baten lijken te overtreffen, of wanneer tot een verdeling van de nalatenschap wordt overgegaan voordat deze vereffend is (artikel 4:203 lid 1 onder Pro b BW).
2.3.
Aan de eerste voorwaarde is voldaan, want de nalatenschap van de overledene is volgens het boedelregister door belanghebbende sub 8, 9 en 10 beneficiair aanvaard. De andere belanghebbenden (die afstammelingen zijn van de broers en zussen van de overledene) hebben nog geen keuze gemaakt.
2.4.
Aan de voorwaarde dat het verzoek door een belanghebbende is ingediend is ook voldaan. Verzoeker stelt schuldeiser te zijn van de nalatenschap van de overledene. Volgens verzoeker was de overledene gehuwd met zijn moeder ( [persoon A] ), die op [overlijdensdatum 2] is overleden. Destijds hebben verzoeker en de overledene de woning gelegen aan de [adres] te Dordrecht bij notariële akte partieel verdeeld. De woning is aan de overledene toebedeeld en de overbedelingsvordering van verzoeker is bepaald op € 52.049,50 met 6% rente per jaar vanaf 31 oktober 2001. Dit bedrag is opeisbaar geworden door het overlijden van de overledene, waardoor verzoeker stelt dat de nalatenschap van de overledene een schuld heeft bij hem. De totale vordering van verzoeker bedraagt inclusief rente tot 9 december 2024 € 124.262,89. Verzoeker stelt daarnaast ook uit zijn eigen vermogen een aantal lopende kosten, zoals de hypotheek, vaste lasten en bijdrage VvE, te hebben voorgeschoten. Omdat verzoeker schuldeiser is, kan hij als belanghebbende worden aangemerkt.
2.5.
Voorts is voldaan aan de voorwaarde dat degenen die met het beheer van de nalatenschap belast zijn in de vervulling van hun verplichtingen tekortschieten. Belanghebbenden zijn belast met het beheer van de nalatenschap. Door de beneficiaire aanvaarding moeten zij namelijk de nalatenschap van de overledene vereffenen (artikel 4:202 lid 1 onder Pro a BW). Niet gebleken is echter dat zij daartoe zijn overgegaan, want de schuld die de overledene aan verzoeker heeft is niet voldaan. Er is voorts een betalingsachterstand ontstaan in de hypotheekbetalingen, omdat deze niet meer van de ervenrekening voldaan kunnen worden. Daaruit volgt voldoende dat de belanghebbenden in ernstige mate tekort schieten in de vervulling van hun verplichtingen.
2.6.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan alle voorwaarden van artikel 4:203 lid 1 onder Pro b BW om een vereffenaar te benoemen. Verzoeker heeft ook voldoende toegelicht dat hij belang heeft bij het benoemen van een vereffenaar. Het gevaar bestaat immers dat zijn vordering niet volledig wordt voldaan. Ook andere schuldeisers kunnen niet meer voldaan worden. Een vereffenaar heeft tot taak om voor zover mogelijk de schulden van een nalatenschap te voldoen.
2.7.
Het verzoek is gelet op het voorgaande voor toewijzing vatbaar. Op grond van artikel 4:206 lid 1 BW Pro moet de rechtbank echter, voor zover zij bestaan en bekend zijn, de erfgenamen van de overledene, de executeur en de boedelnotaris horen voordat zij beslist op het verzoek om een vereffenaar te benoemen. De rechtbank heeft daarom bij aangetekende brieven van 19 maart 2025 aan belanghebbenden gevraagd of zij verweer willen voeren en in deze brieven vermeld dat de zaak schriftelijk zal worden afgedaan als zij niet reageren. Belanghebbenden hebben vervolgens niet gereageerd, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat zij geen verweer wil voeren. De brief aan belanghebbende sub 3 is retour gezonden aan de rechtbank, omdat sprake was van een postadres. De rechtbank heeft deze belanghebbende daarom niet kunnen bereiken. Gelet hierop en omdat verzoeker afziet van een mondelinge behandeling, heeft de rechtbank besloten om zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen.
2.8.
Het verzoek wordt gelet op het voorgaande toegewezen. De rechtbank benoemt de door verzoeker voorgestelde vereffenaar, mr. P.C. Nieuwenhuizen, tot vereffenaar, die zich daartoe ook bereid heeft verklaard. De vereffenaar moet de benoeming zelf bekend maken in de Staatscourant.
2.9.
Verzoeker vraagt een proceskostenveroordeling kosten rechtens. De rechtbank ziet geen grond voor een proceskostenveroordeling, omdat in het geval van een eenzijdig verzoek, waarbij belanghebbenden gehoord kunnen worden, in beginsel geen plaats is voor een kostenveroordeling. Dit wordt daarom afgewezen.
2.10.
De benoeming van de vereffenaar wordt, zoals verzocht, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv Pro).

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
benoemt
mr. Pieter Cornelis Nieuwenhuizen(verbonden als advocaat aan Nexus Advocaten, kantoorhoudende aan de Barbara Strozzilaan 201, 1083 HN in Amsterdam) tot vereffenaar in de nalatenschap van:
[erflater],
geboren in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] ,
laatstelijk wonende in Dordrecht,
overleden op [overlijdensdatum 1] in Dordrecht,
3.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.3.
draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant;
3.4.
verzoekt de griffier de benoeming onverwijld in te schrijven in het boedelregister van de rechtbank op voet van het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 BW Pro;
3.5.
verzoekt de griffier de kantonrechter te Rotterdam, locatie Dordrecht, op de hoogte te stellen van deze benoeming;
3.6.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken op 18 april 2025.
3120