De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, geboren in 2013 en 2017, die momenteel in een pleeggezin verblijven. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, voert verweer maar staat inmiddels open voor hulpverlening. De vader wenst terugplaatsing van de kinderen.
De kinderrechter heeft de stukken bestudeerd en de zitting met gesloten deuren gehouden, waarbij ook de moeder, vader en vertegenwoordigers van de GI aanwezig waren. De kinderen hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om hun mening te geven.
De rechter constateert dat de zorgelijke signalen over de opvoedsituatie bij de moeder nog steeds aanwezig zijn, ondanks dat de moeder verbetering aangeeft. De kinderen vertonen spanningen en trauma’s en hebben hulp nodig. Het videobellen is recent weer opgestart, maar fysieke contactmomenten worden voorlopig uitgesteld.
Gezien het belang van de verzorging en opvoeding acht de kinderrechter verlenging van de machtiging noodzakelijk tot 28 november 2025 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.