Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 2 primair ten laste gelegde feit;
- bewezenverklaring van de onder 1 primair, 2 subsidiair, 3 en 4 ten laste gelegde feiten;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar met aftrek van voorarrest en de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 10 jaar.
4.Waardering van het bewijs
Op basis van de verklaringen van de verdachte en het onderzoek kan worden vastgesteld dat het de verdachte is geweest die de auto bestuurd heeft vlak voor, tijdens en na de aanrijding. De verdachte heeft verklaard – en ook uit het onderzoek blijkt – dat hij geen rijbewijs heeft.
Deze bevindingen passen bij een aanrijding met navolgende overrijding met primaire krachtinwerking aan het hoofd en de romp (al dan niet met navolgende beknelling tussen de auto en de grond) en versleping van het lichaam in de lengterichting met de voorzijde van het lichaam naar de grond gericht.
De rechtbank acht dit om meerdere redenen niet geloofwaardig. Gezien de camerabeelden en het forensisch onderzoek is het niet aannemelijk dat de verdachte niet gemerkt heeft dat hij ergens over heen reed. Uit de camerabeelden blijkt immers dat de auto tijdens de overrijding verticale bewegingen maakte. De verdachte moet gemerkt hebben dat de auto omhoog ging en dat hij dus in ieder geval ergens over heen reed. Hij heeft verklaard dat er daarna iets mis was met zijn auto en dat hij naar de eerste versnelling moest schakelen voordat hij verder kon rijden. Ook daaruit had de verdachte op moeten maken dat er waarschijnlijk iets of iemand onder de auto werd meegesleept.
“Veel snelheid is net vuur. Ik probeerde zo snel mogelijk te rijden om mijn vriend thuis af te zetten, omdat ik in een gestolen auto zat.”
primair,
subsidiair,
5.Strafbaarheid feiten
doodslag
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen
De rechtbank neemt de verdachte dit alles zeer kwalijk.
in verminderde matetoe te rekenen, waarbij vooral de beperkte aandacht en verhoogde afleidbaarheid – en de daarmee samenhangende beperkte copingsvaardigheden – een rol spelen. Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde feit had de verdachte – hoewel er ook op dat moment beperkte copingsvaardigheden en een verhoogde afleidbaarheid waren – meer ruimte om keuzes te maken. Daarom wordt geadviseerd om hem dit feit in
enigszins verminderde matetoe te rekenen.
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Vordering benadeelde partij
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de tijd van
2 (twee) jaren;
- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van: