Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 januari 2025, met bijlagen;
- het mondelinge antwoord;
- de akte van Maasdelta van 18 maart 2025, met één bijlage.
Rechtbank Rotterdam
De huurders [gedaagde 1] en [gedaagde 2] huren sinds augustus 2022 een woning van Stichting Maasdelta Groep. Er is een huurachterstand van € 5.038,20, die niet betwist wordt. Maasdelta vordert betaling van de achterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.
De huurders stellen dat de achterstand het gevolg is van persoonlijke omstandigheden, waaronder bedreiging van hun minderjarige zoon en beslaglegging op de uitkering, en dat zij inmiddels weer over voldoende inkomen beschikken. De rechtbank oordeelt echter dat dit niet blijkt uit het betaalgedrag, aangezien de huurders sinds december 2024 geen huur meer hebben betaald.
De kantonrechter acht de huurachterstand ernstig genoeg voor ontbinding van de huurovereenkomst. De aanwezigheid van het minderjarige kind weegt mee, maar staat niet in de weg aan ontbinding. De huurders worden veroordeeld tot betaling van de achterstand, ontruiming binnen veertien dagen en betaling van een gebruiksvergoeding tot de ontruiming. De vordering tot incassokosten en rente wordt afgewezen vanwege een oneerlijk boetebeding in de huurovereenkomst.
De proceskosten worden aan de huurders opgelegd en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat het vonnis direct kan worden uitgevoerd, ook bij hoger beroep.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurders worden veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, ontruiming van de woning en betaling van een gebruiksvergoeding.