De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige te verlenen. De minderjarige is geboren op 4 mei 2025 en verblijft vanwege gezondheidscomplicaties in het ziekenhuis. De moeder is belast met het ouderlijk gezag, maar er bestaan ernstige zorgen over haar opvoedvaardigheden, mede gebaseerd op een KSCD-rapport uit 2022 dat wijst op onvoldoende mentaliserend vermogen en leerbaarheid.
De kinderrechter hield op 9 mei 2025 een zitting met gesloten deuren, waarbij de moeder, vader, vertegenwoordigers van de GI en een tolk Papiamento aanwezig waren. De moeder betwistte de noodzaak van uithuisplaatsing en stelde dat de situatie in het ziekenhuis veilig is. Zij verwees naar haar stabiele situatie en het betrokken netwerk, waaronder een nicht die als pleegouder wil optreden.
De kinderrechter oordeelde dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Gezien de verborgen zwangerschap, de zorgen over het netwerk en het rapport van het KSCD, is het kind op korte termijn niet veilig bij de moeder. Daarom wordt een trajectmachtiging verleend voor verblijf in het ziekenhuis, gevolgd door plaatsing bij de nicht als netwerkpleegouder, ondanks dat zij nog niet gescreend is. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en geldt tot 24 juli 2025, de einddatum van de voorlopige ondertoezichtstelling.