Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor maatschappelijke opvang, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is afgewezen op grond van haar zelfredzaamheid. Verzoekster betwist deze afwijzing en stelt dat zij en haar drie minderjarige kinderen zonder opvang dakloos zullen raken en in een kwetsbare situatie verkeren.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoekster eerder zelfstandig in Engeland heeft gewoond en daar huisvesting en onderwijs voor haar kinderen heeft geregeld. Het college heeft voldoende onderzoek gedaan naar haar situatie, inclusief lichamelijke en psychische omstandigheden, en heeft vastgesteld dat verzoekster geen problemen heeft die haar zelfredzaamheid belemmeren, behalve het huisvestingsprobleem.
Hoewel verzoekster medische klachten en problemen met haar kinderen aanvoert, zijn deze niet objectief onderbouwd met bewijsstukken. Het college heeft de belangen van verzoekster en haar kinderen, waaronder de betrokkenheid van schoolmaatschappelijk werk en mogelijke inzet van crisisinterventie, zorgvuldig afgewogen. De voorzieningenrechter concludeert dat het college terecht heeft geoordeeld dat verzoekster niet tot de doelgroep van de Wmo behoort en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.