De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West tot verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS) van twee minderjarige kinderen, geboren in 2008 en 2010, die vanwege echtscheidingsproblematiek en het ontbreken van contact met hun moeder onder toezicht zijn gesteld.
Tijdens de zitting op 7 maart 2025, die met gesloten deuren plaatsvond, zijn de minderjarigen gehoord en hebben zij stellig aangegeven geen contact met hun moeder te willen. Zowel de moeder als de vader namen geen verweer tegen het verzoek; de vader benadrukte dat hij het contact niet belemmert, maar de kinderen vrij zijn in hun keuze.
De kinderrechter overweegt dat hoewel het ontbreken van contact een ontwikkelingsbedreiging kan vormen, de situatie van de kinderen stabiel is en zij geen hulp of begeleiding wensen. Omdat zij op een leeftijd zijn waarop contact niet kan worden afgedwongen en zij rust lijken te hebben gevonden, is een verlenging van de OTS niet passend.
De kinderrechter wijst daarom het verzoek tot verlenging af. De beslissing is openbaar uitgesproken op 7 maart 2025 en schriftelijk vastgelegd op 17 maart 2025. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.