De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2008, die momenteel verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. De kinderrechter nam het verzoek in behandeling op 4 april 2025, waarbij de moeder aanwezig was en de vader niet.
De minderjarige had een positieve ontwikkeling doorgemaakt bij een eerdere plaatsing in Schakenbosch, met verbeterde schoolgang en minder incidenten. Na verhuizing naar een perspectiefhuis van een andere instelling ontstond echter instabiliteit, waaronder een vechtpartij, depressieve gevoelens en verzuim van school. De gecertificeerde instelling en moeder waren het eens over het belang van voortzetting van de plaatsing tot volwassenheid.
De kinderrechter oordeelde dat verlenging noodzakelijk is voor het belang van verzorging en opvoeding, met aandacht voor stabilisatie, schoolgang en psychologische behandeling. De machtiging tot uithuisplaatsing werd verlengd tot 16 oktober 2025, de duur van de ondertoezichtstelling, en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.