Op 29 augustus 2020 vond een incident plaats te Hoek van Holland waarbij verdachte openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon. Verdachte gaf de aangever een duw en trap, waarna anderen geweld gebruikten. Verdachte stelde zich op het standpunt van noodweer omdat de aangever agressief op hem afkwam en hij zich niet kon onttrekken.
De rechtbank oordeelde dat verdachte een significante bijdrage leverde aan het geweld, maar dat het beroep op noodweer terecht is. De aangever kwam woest en onberekenbaar op de verdachte af, ondanks eerdere waarschuwingen. Verdachte handelde proportioneel en subsidiariteit was in acht genomen.
De rechtbank verklaarde het bewezen dat verdachte het geweld heeft gepleegd, maar stelde vast dat dit feit niet strafbaar is vanwege noodweer. Verdachte werd ontslagen van alle rechtsvervolging. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank veroordeelde de benadeelde partij in de kosten van de verdediging, begroot op nihil. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam op 25 februari 2025.