ECLI:NL:RBROT:2025:5660
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen opvang in hub-locatie met gezinshereniging
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht om hen op te vangen in een hub-locatie onder voorwaarden, omdat zij hierdoor niet samen met hun kinderen kunnen worden opgevangen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld en geoordeeld dat verzoekers geen spoedeisend belang hebben aangetoond waardoor de beslissing op bezwaar niet kan worden afgewacht.
Het college heeft bepaald dat verzoekers voor een periode van twee weken in de hub-locatie worden opgevangen, met mogelijke verlenging. Verzoekers stellen dat zij recht hebben op een fatsoenlijk onderkomen waar de nodige zorg voor de kinderen kan worden opgestart en waarin de kinderen veilig kunnen worden teruggeplaatst. De kinderrechter heeft echter de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de kinderen verlengd, waarbij duidelijkheid en rust voor langere tijd noodzakelijk zijn.
De voorzieningenrechter concludeert dat passende woonruimte niet de enige belemmering is voor gezinshereniging en dat het verzoek om een voorlopige voorziening daarom wordt afgewezen. Tevens is niet gebleken dat het bestreden besluit evident onrechtmatig is. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit tot opvang in een hub-locatie wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.