ECLI:NL:RBROT:2025:5359
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woongedeelte woning wegens drugsvoorbereiding
De burgemeester van Rotterdam heeft op grond van de Opiumwet besloten om de woning van verzoeker voor drie maanden te sluiten vanwege de vondst van ruim 33 kilo versnijdingsmiddelen en diverse druggerelateerde voorwerpen in de kelder, en een kleinere hoeveelheid versnijdingsmiddelen en een stroomstootwapen in het woongedeelte.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de sluiting en een voorlopige voorziening gevraagd om in het woongedeelte te mogen blijven wonen. De voorzieningenrechter oordeelt dat er een spoedeisend belang is omdat verzoeker anders drie maanden geen toegang tot zijn woning heeft. De woning en kelder worden als één geheel beschouwd, en de burgemeester is bevoegd tot sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet.
De rechter vindt echter twijfel bestaan over de noodzaak om ook het woongedeelte te sluiten, omdat daar alleen versnijdingsmiddelen zijn aangetroffen zonder andere druggerelateerde voorwerpen, en geen aanwijzingen dat het woongedeelte bekend is in het criminele circuit. Ook is het woongedeelte niet direct verbonden met de kelder. Gezien de gezondheidsklachten van verzoeker en het risico op definitief woningverlies, weegt het belang van verzoeker zwaarder.
Daarom wordt de sluiting van de kelder gehandhaafd, maar mag verzoeker voorlopig in het woongedeelte blijven wonen tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Daarnaast wordt de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: De kelder van de woning mag worden gesloten, maar het woongedeelte blijft voorlopig open tot twee weken na de beslissing op bezwaar.