Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 6 november 2024, met (uiteindelijk) 22 bijlagen;
- het antwoord, met vier bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
Eiser en gedaagde waren collega’s in een ziekenhuis en werkten niet meer bij dezelfde werkgever. Gedaagde klaagde over seksuele intimidatie, discriminatie en pesten door eiser, maar een klachtencommissie verklaarde deze klachten ongegrond na uitgebreid onderzoek.
Eiser vorderde een verbod op verdere beschuldigingen en een schadevergoeding wegens onrechtmatige daad. De rechtbank oordeelde dat gedaagde onrechtmatig handelde door eiser onterecht te beschuldigen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en discriminatie zonder bewijs.
De rechtbank wees de vorderingen van eiser grotendeels toe, inclusief een verbod op verdere beschuldigingen met een dwangsom, en een materiële en immateriële schadevergoeding van in totaal €10.460. Ook werden proceskosten toegewezen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot het betalen van €10.460 schadevergoeding en het staken van onrechtmatige beschuldigingen met dwangsom.