ECLI:NL:RBROT:2025:5299
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige betaling griffierecht
Verzoekster heeft bij de voorzieningenrechter een verzoek om voorlopige voorziening ingediend naar aanleiding van een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente. De voorzieningenrechter toetste het verzoek op ontvankelijkheid, waarbij het betalen van griffierecht een vereiste is. Het griffierecht bedroeg €194,- en moest binnen een door de griffier gestelde termijn worden voldaan.
De griffier stuurde verzoekster op 18 februari 2025 een aangetekende brief met een betalingstermijn van twee weken. Uit de ontvangstbevestiging van PostNL bleek dat verzoekster de brief op 5 maart 2025 had ontvangen, maar het griffierecht werd niet tijdig betaald. Verzoekster gaf geen reden voor het verzuim en er was geen sprake van een verontschuldiging.
Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke beoordeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 24 april 2025 door mr. A. Dingemanse, voorzieningenrechter, en griffier K.A. Dos Santos.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht zonder verontschuldiging.