Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw [persoon B] , werkzaam bij Stichting Woonstad Rotterdam, gevestigd te Rotterdam (hierna: verweerster).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet aangevraagd om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. Hij kampt met schulden en is bezig met een minnelijk schuldhulpverleningstraject. De rechtbank constateert een bedreigende situatie vanwege een dreigende ontruiming en weegt het belang van verzoeker om in de woning te blijven tegen het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren.
De rechtbank acht het aannemelijk dat verzoeker de lopende huurtermijnen kan voldoen, mede doordat hij sinds januari 2025 de huur betaalt, een PW-uitkering ontvangt en budgetbeheer zal worden opgestart. Verweerster heeft geen bezwaar tegen de voorziening zolang de huur wordt voldaan.
De voorlopige voorziening wordt voor zes maanden toegewezen met de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden betaald. Tevens wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject nog loopt. De beslissing biedt verzoeker een adempauze om zijn schulden te regelen en zijn woonruimte te behouden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe die de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden opschort onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan.