Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
‘Ja sorry man. Ik zeg je eerlijk. Ik heb gewoon gesproken man. Ik ga niet de schuld van iets wat ik net heb gedaan op mij nemen man.’, en
‘Ja in jouw voordeel moet je zwijgrecht doen. Jij hebt het gedaan.’Waarop de verdachte zegt:
‘Dat weten ze niet.’.
‘Bro. Alles wat jij hebt verteld. Heb ik zeg maar omgedraaid.’Ook zegt de verdachte dat hij zijn telefoon (phona) niet bij zich had, wat wordt ondersteund door onderzoek naar de historische verkeersgegevens van de telefoons van de verdachte die tussen 20.18 uur en 23.08 uur niet lijken te zijn gebruikt.
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
€ 60,00 +
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren;
€ 272.545,47 (zegge: tweehonderdtweeënzeventigduizendvijfhonderdvijfenveertig euro en zevenenveertig eurocent)bestaande uit € 122.545,47 aan materiële schade en € 150.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 11 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 17.500,- (zegge: zeventienduizend vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade in de vorm van affectieschade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 11 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer] te
betalen € 272.545,47(hoofdsom,
zegge: tweehonderdtweeënzeventigduizendvijfhonderdvijfenveertig euro en zevenenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 272.545,47 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
365 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde] te betalen
€ 17.500,-(hoofdsom,
zegge: zeventienduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening: bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € I 7.500,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
122 dagen: de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;