Op 18 juli 2021 vond een aanrijding plaats op de ’s-Gravendijkwal in Rotterdam tussen een motor, bestuurd door eiser, en een auto, verzekerd door Achmea. Eiser stelt dat de automobilist onrechtmatig van rijbaan wisselde en hem aanreed, waardoor hij letsel en schade opliep. Eiser vordert onder meer aansprakelijkheid van Achmea, betaling van schadevergoeding, wettelijke rente, voorschot op immateriële schade en proceskosten.
Achmea betwist de aansprakelijkheid en stelt dat de automobilist de verplichte route volgde en dat het ongeval is veroorzaakt doordat eiser zijn motor niet tijdig tot stilstand bracht of onrechtmatig inhaalde. De rechtbank beoordeelt dat eiser de stelplicht en bewijslast draagt voor zijn stelling dat de auto vanaf de busbaan invoegde en hem aanreed.
De rechtbank concludeert dat de door eiser overgelegde stukken, waaronder getuigenverklaringen en proces-verbaal, geen bewijs leveren dat de auto vanaf de busbaan invoegde. Integendeel, de auto volgde de verplichte route. De vorderingen worden daarom afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van € 4.295,00, te voldoen binnen veertien dagen, met een mogelijke verhoging bij niet-tijdige betaling.