Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten;
- ten aanzien van de onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten een veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek van voorarrest, en veroordeling tot een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 10 jaren;
- ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde feit een geldboete ter hoogte van 600 euro.
4.Ontvankelijkheid openbaar ministerie in de vervolging (feit 2)
5.Waardering van het bewijs
subsidiair
te rijden
wasgedood en/of letsel en/of schade was toegebracht;
6.Strafbaarheid feiten
2.overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van deze wet;
3.overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
7.Strafbaarheid verdachte
8.Motivering straffen
9.In beslag genomen voorwerpen
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bewezen, dat de verdachte de onder 1 subsidiair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren;
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de tijd van
10 (tien) jaren;
gelast de teruggave aan verdachte van: