ECLI:NL:RBROT:2025:5019
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woongedeelte woning wegens drugsgerelateerde vondsten
De burgemeester van Rotterdam heeft besloten om de woning van verzoeker te sluiten vanwege de vondst van ruim 33 kilo versnijdingsmiddelen en drugsgerelateerde voorwerpen, voornamelijk in de kelder. Verzoeker maakte bezwaar tegen de sluiting en vroeg om een voorlopige voorziening om in het woongedeelte te mogen blijven wonen.
De politie trof bij een brandmelding op 26 januari 2025 in de woning aanzienlijke hoeveelheden versnijdingsmiddelen en drugspersen aan, met name in de kelder. In het woongedeelte werden ook versnijdingsmiddelen en een stroomstootwapen in verpakking gevonden. De burgemeester baseerde de sluiting op artikel 13b Opiumwet, gericht op het tegengaan van drugshandel.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de kelder als onderdeel van de woning mag worden gesloten, omdat daar voldoende bewijs is voor verboden voorbereidingshandelingen. Echter, er bestaat twijfel over de noodzaak van sluiting van het woongedeelte, mede vanwege het ontbreken van andere druggerelateerde voorwerpen, de medische situatie van verzoeker en het feit dat het woongedeelte niet direct verbonden is met de kelder.
De rechter maakt een belangenafweging en besluit dat verzoeker voorlopig in het woongedeelte mag blijven wonen tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: De kelder van de woning wordt gesloten, maar het woongedeelte mag voorlopig open blijven tot twee weken na de beslissing op bezwaar.