Eiser heeft een urgentieverklaring aangevraagd op grond van medische noodzaak, maar deze werd door Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond (SUWR) afgewezen omdat eiser geen zelfstandige woonruimte bewoont en er geen causaal verband is tussen zijn medische situatie en de woning.
Eiser betoogde dat de eis van zelfstandige woonruimte onredelijk is en dat SUWR de hardheidsclausule had moeten toepassen. De rechtbank oordeelt dat de voorwaarde van zelfstandige woonruimte niet kennelijk onredelijk is, mede vanwege de schaarste aan sociale huurwoningen en het uitgangspunt dat urgentie alleen verleend wordt als er woonruimte vrijkomt.
Verder stelt de rechtbank dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat zijn situatie schrijnend is voor toepassing van de hardheidsclausule en dat SUWR niet verplicht is zelfstandig onderzoek te doen. De situatie tussen eiser en zijn vader, die leidt tot woonproblemen, is onvoldoende om de hardheidsclausule toe te passen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn op 23 april 2025.