ECLI:NL:RBROT:2025:4806

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 april 2025
Publicatiedatum
22 april 2025
Zaaknummer
ROT 23/1440 en ROT 23/1441
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbWet open overheidAlgemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig beslissen inzageverzoek op grond van de Woo

Eisers hebben op 5 november 2022 een inzageverzoek ingediend bij het Dagelijks Bestuur van GR Sociaal op grond van de Wet open overheid (Woo) met betrekking tot hun dossiers schuldhulpverlening. Verweerder heeft hen geadviseerd een verzoek op basis van de AVG te doen, maar heeft uiteindelijk op 9 januari 2023 inzage gegeven in de volledige dossiers en stukken gekopieerd verstrekt.

Eisers stelden verweerder op 19 december 2022 en opnieuw op 7 februari 2023 in gebreke wegens het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder reageerde op 20 februari 2023 dat het inzageverzoek feitelijk was ingewilligd en dat verdere inzage mogelijk was, waarbij verweerder aangaf dat voor informatie buiten de Sociale Dienst Drechtsteden elders een verzoek moest worden gedaan.

De rechtbank oordeelt dat verweerder een besluit heeft genomen door de inzage te verlenen en dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen daarom niet-ontvankelijk is. Eisers hadden bezwaar kunnen maken tegen de inhoud van het besluit of het aanbod tot nadere inzage kunnen aanvaarden. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk omdat verweerder al een besluit heeft genomen door inzage te verlenen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/1440 en ROT 23/1441

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2025 in de zaak tussen

[naam eiser 1] en [naam eiser 2] , uit Zwijndrecht, eisers

en

het Dagelijks Bestuur van GR Sociaal, verweerder

(gemachtigde: [persoon A] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroepen van eisers tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek van eisers op grond van de Wet open overheid (Woo). De rechtbank komt tot het oordeel dat verweerder een besluit heeft genomen op het verzoek van eisers en dat de beroepen daarom niet-ontvankelijk zijn.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

Wat is er gebeurd?
2. Eisers hebben op 5 november 2022 bij verweerder hun dossier van de schuldhulpverlening opgevraagd op basis van de Woo. Verweerder heeft contact opgenomen met eisers en heeft hen laten weten dat een verzoek op basis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) een betere keuze zou zijn aangezien het dossier dan niet openbaar zou worden gemaakt.
3. Eisers hebben verweerder op 19 december 2022 in gebreke gesteld. Verweerder heeft eisers op 9 januari 2023 inzage gegeven in de volledige dossiers zoals die bij verweerder bekend waren. Eisers hebben hierbij aan kunnen geven welke stukken zij van belang vonden en als kopie mee wilden krijgen. Verweerder heeft deze stukken gekopieerd en aan eisers meegegeven.
4. Eisers hebben verweerder op 7 februari 2023 opnieuw in gebreke gesteld. Daarbij hebben zij aangegeven dat zij slechts inzage hebben gekregen in een klein deel van de dossiers. Zij verzoeken een geheel overzicht van rapportages en contacten vanuit de gemeente Dordrecht en andere bestuursorganen. Verweerder heeft hier op 20 februari 2023 op gereageerd met de mededeling dat met de feitelijke inzage is voldaan aan het inzageverzoek en de ingebrekestelling daarom ten onrechte is verstuurd. Verweerder heeft daarbij aangegeven dat nogmaals inzage kan worden geboden in de dossiers en dat voor zover het gaat om informatie die niet onder de Sociale Dienst Drechtsteden berust, bij andere bestuursorganen een inzage verzoek kan worden gedaan. Eisers hebben vervolgens een beroep wegens het niet tijdig beslissen op een aanvraag ingediend.
Is het beroep wegens niet tijdig beslissen terecht ingesteld?
5. De rechtbank is van oordeel dat eisers niet-ontvankelijk zijn in hun beroepen. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
5.1.
Een beroep dat zich richt tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag of verzoek verliest zijn basis wanneer een bestuursorgaan alsnog een besluit neemt of al een besluit heeft genomen. Verweerder heeft eisers naar aanleiding van hun verzoek inzage gegeven in de beschikbare dossiers over schuldhulpverlening, eisers hebben stukken kunnen inzien en ook als kopie meegekregen. Dit wordt door eisers niet betwist. Daarmee is komen vast te staan dat verweerder het inzage verzoek heeft ingewilligd en mede gelet op de brief van 20 februari 2023 in reactie op de ingebrekestelling, in zoverre een besluit heeft genomen op het verzoek om inzage. Als eisers meenden dat verweerder onvoldoende inzage had gegeven, hadden zij daartegen bezwaar kunnen instellen of opnieuw kunnen ingaan op het aanbod om stukken in te zien. Gelet op het voorgaande zijn eisers niet-ontvankelijk in hun beroepen.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Dingemanse, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Blokhuis, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 23 april 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.