De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek van moeder 1 tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige dochter, alsmede aanpassingen in de zorgregeling, vervangende toestemming voor inschrijvingen en het beheer van het paspoort. De procedure omvatte schriftelijke stukken, een mondelinge behandeling met gesloten deuren en betrokkenheid van de GI en de raad voor de kinderbescherming.
Feiten zijn onder meer dat de minderjarige bij moeder 2 staat ingeschreven, maar moeder 1 haar heeft geadopteerd en beiden gezamenlijk het gezag uitoefenen. De zaak kent een voorgeschiedenis van zorgregelingen en een ondertoezichtstelling sinds 2020. Het KSCD-rapport concludeerde dat het in het belang van het kind is de hoofdverblijfplaats te wijzigen naar moeder 1, vanwege zorgen over de opvoedsituatie bij moeder 2 en loyaliteitsconflicten.
De rechtbank weegt de belangen zorgvuldig af, erkent de emotionele impact voor alle betrokkenen en stelt vast dat de wijziging noodzakelijk is voor een veilige en stabiele opvoedsituatie. De verzoeken worden toegewezen, met onmiddellijke ingang van de wijziging, en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.