Uitspraak
[verdachte] , verdachte,
Procedure
Het verzoekschrift
onthouden, terwijl verdachte in de regeling wordt bevolen bepaalde handelingen te
verrichten.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De officier van justitie had op 23 december 2024 een voorlopige maatregel opgelegd aan de verdachte op grond van artikel 28 van Pro de Wet op de economische delicten (WED), waarbij de verdachte zich moest onthouden van het toegang bieden aan derden tot de betaalplatformen Boosty en DonationsAlert voor het werven van donaties die in strijd zijn met de Sanctiewet 1977.
De verdachte verzocht op 9 januari 2025 via een verzoekschrift om opheffing of wijziging van deze maatregel, stellende dat zij geen beschikkingsmacht meer heeft over de betaalplatformen omdat zij de aandelen van het bedrijf dat deze exploiteert had verkocht. De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat de feitelijke zeggenschap van de verdachte niet was vervallen vanwege de voorwaarden in de aandeelhoudersovereenkomst.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte nog steeds feitelijke beschikkingsmacht heeft, mede door de pandakte en de afspraken over stemrechten en personeel. Tevens werd geoordeeld dat de regeling niet in strijd is met de WED en dat het belang van de bescherming van de sanctiewetvoorschriften onmiddellijke handhaving vereist.
Daarom werd het verzoek tot opheffing of wijziging van het bevel afgewezen en bleef de voorlopige maatregel gehandhaafd.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing of wijziging van het bevel wordt afgewezen en de voorlopige maatregel blijft gehandhaafd.