In de periode van 17 juli tot en met 10 augustus 2023 werd verdachte verdacht van het samen met anderen voorbereiden van het bereiden en vervoeren van amfetamine en MDMA door het voorhanden hebben van ongeveer 1500 kilo ethylester van PMK-glycidezuur, een grondstof voor MDMA. De politie trof deze stof aan in een berging op het terrein van verdachte, samen met zakken met metaalgrit afkomstig uit containers uit Colombia.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, en een geldboete van 10.000 euro. De verdediging ontkende kennis van de inhoud van de dozen en stelde dat verdachte niet de eigenaar was en geen criminele intentie had.
De rechtbank oordeelde dat er geen bewijs was dat verdachte wetenschap had van de verboden stoffen of een criminele intentie om voorbereidingshandelingen te plegen. Het feit dat de dozen niet afgesloten waren en de verdachte geen concrete aanwijzingen had over de inhoud, leidde tot twijfel. Daarom werd verdachte vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
De inbeslaggenomen PMK werd onttrokken aan het verkeer, terwijl andere voorwerpen werden teruggegeven of in bewaring gesteld. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.