Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
(C/10/682554 / FA RK 24-5253)van:
(C/10/691987 / FA RK 25-23)van:
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de oma m.z., ingekomen op 12 juli 2024;
- het verweerschrift met bijlagen van de GI, ingekomen op 7 januari 2025;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 januari 2025.
- het verweerschrift met bijlagen van de GI, ingekomen op 7 januari 2025;
- het aanvullend verzoekschrift met bijlagen van [meerderjarige 2] , ingekomen op
- de oma m.z., bijgestaan door haar advocaat;
- [meerderjarige 1] en [meerderjarige 2] , bijgestaan door hun advocaat;
- de GI, vertegenwoordigd door [naam 1] en [naam 2] ;
- de pleegouders;
- de moeder;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam 3] .
2.De vaststaande feiten
- [minderjarige 1] eenmaal per twee weken op zaterdag van 10.00 uur tot 18.00 uur bij de oma m.z. zal zijn;
- de oma m.z. in het kader van de omgangsregeling contact zal hebben met [minderjarige 2] , onder begeleiding van de pleegouders eenmaal per twee weken een dagdeel in onderling overleg met de GI en de pleegouders te bepalen.
- de moeder niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot netwerkplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de oma m.z. en
- de beschikking van deze rechtbank van 28 januari 2022 (gezagsbeëindiging) voor het overige bekrachtigd.
3.De beoordeling
- primair[minderjarige 1] en [minderjarige 2] iedere week van vrijdag uit school tot zaterdag 19:00 uur bij de oma m.z. zijn, zonder begeleiding en waarbij de oma m.z. ze ophaalt uit school en de pleegouders ze ophalen bij de oma m.z.
Subsidiairverzoekt de oma m.z. dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] om de week van vrijdag uit school tot maandag naar school bij haar zijn, waarbij de oma m.z. ze ophaalt uit school en weer naar school brengt.
Meer subsidiairverzoekt de oma m.z. een nader door de rechtbank te bepalen structurele regeling; - [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de zomervakantie één volledige week en twee keer een lang weekend, van vrijdag 10:00 uur tot maandag 10:00 uur, bij de oma m.z. verblijven, waarbij de oma m.z. ze ophaalt en terugbrengt bij de pleegouders, althans een nader door de rechtbank te bepalen structurele regeling;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op de volgende feestdagen bij de oma m.z. verblijven:
Znamenskaya /Rusland, par. 27). Daarmee zouden [meerderjarige 1] , [meerderjarige 2] en [minderjarige 3] alsnog de bescherming van artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM) genieten. Weigering van vaststelling van een omgangsregeling tussen [meerderjarige 1] , [meerderjarige 2] en [minderjarige 3] enerzijds en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] anderzijds betekent een inmenging in het recht op een ‘private life’ van [meerderjarige 1] , [meerderjarige 2] en [minderjarige 3] . Ter beantwoording van de vraag of deze inmenging noodzakelijk is in een democratische samenleving, moet een inhoudelijke belangenafweging worden gemaakt, waarin alle betrokken belangen, waaronder het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] als voornaamste, worden meegewogen. Aan de ontvankelijkheid van [meerderjarige 1] , [meerderjarige 2] en [minderjarige 3] in hun verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling worden wel eisen gesteld. Zo is het biologisch verwantschap alleen niet voldoende voor bescherming van ‘private life’ in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Er moet sprake zijn van bijkomende feiten en omstandigheden die maken dat het contact met en de toegang tot [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een belangrijk deel betreffen van de identiteit van [meerderjarige 1] , [meerderjarige 2] en [minderjarige 3] en daarmee van hun privéleven.
Beste [minderjarige 1] ,