Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een geldboete van € 50.000,-.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van witwassen van een bedrag van €139.583,85, onttrokken aan Stichting [naam stichting 1]. Deze gelden waren gebruikt voor de verbouwing van zijn woning. De officier van justitie eiste een geldboete van €50.000 en stelde dat verdachte als medepleger moest worden veroordeeld.
De feiten betroffen een boekenonderzoek bij de Stichting, waarbij onregelmatigheden in de administratie werden geconstateerd. Verdachte was in de periode 2009-2011 secretaris/penningmeester van de voorloper van de Stichting, maar had daarna geen bestuurlijke rol meer. De verbouwing van zijn woning werd betaald vanuit gelden die door een medeverdachte waren onttrokken aan de Stichting.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de gelden een criminele herkomst hadden, niet is komen vast te staan dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit het geval was. Zijn beperkte betrokkenheid bij de Stichting en het ontbreken van aanwijzingen voor wetenschap leidden tot vrijspraak. De tenlastelegging werd niet wettig en overtuigend bewezen verklaard.
De uitspraak werd gewezen door de meervoudige kamer op 15 januari 2025. Verdachte werd vrijgesproken van het ten laste gelegde witwassen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen witwassen wegens ontbreken van bewijs dat hij wist of moest weten dat gelden crimineel waren.