ECLI:NL:RBROT:2025:4552

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 april 2025
Publicatiedatum
15 april 2025
Zaaknummer
71-315040-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de import en productie van harddrugs

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 1 april 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de import en productie van harddrugs. De verdachte, geboren in 2001, werd bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S. Aarts. Tijdens de zitting op 18 maart 2025 werd het bewijs tegen de verdachte besproken, waarbij de officier van justitie, mr. C. Goedegebuure, een gevangenisstraf van 15 dagen en een taakstraf van 240 uren eiste. De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde feit door de verdachte bekend was en dat er geen verweer was gevoerd dat tot vrijspraak zou leiden. De rechtbank concludeerde dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan het voorbereiden en bevorderen van de invoer en productie van cocaïne en amfetamine, en dat hij met anderen informatie had uitgewisseld over de productie en het transport van deze harddrugs. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 115 dagen, waarvan 100 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 240 uren. De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals zijn opleiding en werk, en besloot om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf te vermijden. Daarnaast werd de in beslag genomen iPhone 8 plus verbeurd verklaard en werd een last gegeven tot teruggave van geldbedragen aan de verdachte. De rechtbank baseerde haar beslissing op verschillende artikelen van het Wetboek van Strafrecht en de Opiumwet.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 71-315040-24
Datum uitspraak: 1 april 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres] , [postcode] [plaats] ,
raadsvrouw mr. S. Aarts, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 18 maart 2025.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C. Goedegebuure heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 dagen met aftrek van voorarrest en een taakstraf voor de duur van 240 uren.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij in de periode van 13 juni 2023 tot en met 19 januari 2024 in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
om een feit, bedoeld in het vierde en vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,
voor te bereiden en te bevorderen,
te weten
- het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren, en
- het opzettelijk vervaardigen
van een grote hoeveelheid cocaïne en amfetamine, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, zich en een ander inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
door:
- met derden via chat-applicaties te communiceren over de samenstelling van aan te kopen partij amfetamine en
- met derden via chat-applicaties te communiceren over de prijs van een liter olie en
- met derden via chat-applicaties te communiceren over de beschikbaarheid van een 'kok' en
- met derden via chat-applicaties foto's/video's uit te wisselen van amfetamine;
en
- met derden via chat-applicaties te communiceren over het gebruik van BV’s ter verscheping van containers en
- met derden via chat-applicaties te communiceren over de logistieke afhandeling, transport van containers en
- met derden via chat-applicaties te communiceren over verstoplocaties, deklading, prijs en het uithalen van cocaïne en
- met derden via chat-applicaties foto's/video's uit te wisselen van blokken cocaïne.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde en vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, zich en een ander inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straf

7.1.
Algemene overweging
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor het invoeren, produceren en verkopen van cocaïne en amfetamine. Hij heeft met anderen informatie uitgewisseld over (de mogelijkheden van) de productie en het transport van deze harddrugs. Dat is een ernstig feit. De verdachte heeft door zo te handelen deelgenomen aan het criminele drugscircuit. De handel in harddrugs leidt, direct of indirect, tot ernstige vormen van geweld en criminaliteit. Het gebruik van cocaïne en amfetamine is bovendien zeer schadelijk voor de volksgezondheid en zorgt voor veel overlast in de maatschappij.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Uit een uittreksel uit de justitiële documentatie van 5 december 2024 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
De verdachte heeft zich na de schorsing van de voorlopige hechtenis gehouden aan de daaraan verbonden voorwaarden. Hij heeft zijn opleiding voortgezet en bijna afgerond. Daarnaast is de verdachte teruggekeerd bij zijn werkgever. Uit een brief van zijn leidinggevende blijkt dat hij zich gemotiveerd inzet en hard werkt.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gezien de ernst van het feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor een langere duur dan het voorarrest. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, namelijk het dreigende verlies van zijn baan en opleiding in het geval van detentie, aanleiding om dat niet te doen. De rechtbank is echter, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat niet volstaan kan worden met een taakstraf. Naast een taakstraf voor de duur van 240 uren zal daarom een voorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er ook toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

8.In beslag genomen voorwerpen

8.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de inbeslaggenomen iPhone 8 plus verbeurd te verklaren en de inbeslaggenomen geldbedragen terug te geven aan de verdachte.
8.2.
Beoordeling
De in beslag genomen iPhone 8 plus zal worden verbeurd verklaard. Het voorwerp behoort aan de verdachte toe en het bewezen feit is met behulp van dit voorwerp begaan.
Ten aanzien van de in beslag genomen geldbedragen zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a en 47 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 10a van de Opiumwet.

10.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11.Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 115 (honderdvijftien) dagen;
bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 100 (honderd) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde:
- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd als bijkomende straf: 1 STK Telefoontoestel Apple iPhone 8 plus;
- gelast de teruggave aan verdachte van: 4.600,00 euro en 200,00 euro;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Boer, voorzitter,
en mrs. S.M. den Hollander en R.D.M. de Boer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.M. Voorwinden, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks de periode van 13 juni 2023 tot en met 19 januari 2024 te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/ of vervoeren, en/ of
- het opzettelijk vervaardigen
van een grote hoeveelheid cocaïne en/of amfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
door:
- met derden via chat-applicaties te communiceren over de samenstelling van aan te kopen partij amfetamine en/of
- met derden via chat-applicaties te communiceren over de prijs van een liter olie en/of
- met derden via chat-applicaties te communiceren over de beschikbaarheid van een 'kok'
- met derden via chat-applicaties foto's/video's uit te wisselen van amfetamine; en/of
- met derden via chat-applicaties te communiceren over het gebruik van BV’s ter verscheping van containers en/of
- met derden via chat-applicaties te communiceren over de logistieke afhandeling, transport van containers en/of
- met derden via chat-applicaties te communiceren over verstoplocaties, deklading, prijs en het uithalen van cocaïne en/of
- met derden via chat-applicaties foto's/video's uit te wisselen van blokken cocaïne.