ECLI:NL:RBROT:2025:4488
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete Wet dieren terecht, matiging wegens overschrijding redelijke termijn
Eiseres kreeg op 5 november 2021 een bestuurlijke boete opgelegd van €3.000 wegens het niet voldoen aan voorschriften uit de Wet dieren, waaronder het ontbreken van voldoende hokverrijking en nestmateriaal voor varkens en het te laat melden van varkensbewegingen. De minister matigde de boete op bezwaar tot €2.550 vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank behandelde het beroep op 20 maart 2025 en oordeelde dat de boete terecht was opgelegd. De beroepsgrond dat de inspectie onrechtmatig zou zijn vanwege niet-naleving van corona-voorschriften door toezichthouders werd verworpen, omdat de bevindingen niet werden betwist en de toezichthouders bevoegd waren.
De rechtbank stelde vast dat de redelijke termijn van twee jaar was overschreden met ongeveer 1 jaar en 7 maanden, wat aanleiding gaf tot verdere matiging van de boete met 5%, waardoor het boetebedrag op €2.400 werd vastgesteld. De rechtbank vernietigde en herroept het besluit voor zover het de hoogte van de boete betreft en bepaalde dat de Staat het griffierecht van €371 aan eiseres moet vergoeden.
De uitspraak bevestigt dat de boete inhoudelijk rechtmatig is, maar dat de procedurele overschrijding van de redelijke termijn een verlaging van de boete rechtvaardigt. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten omdat zij geen beroep deed op overschrijding van de redelijke termijn.
De uitspraak is gedaan door rechter Wilbers-Taselaar en griffier Bos op 15 april 2025.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt terecht opgelegd maar ambtshalve gematigd tot €2.400 wegens overschrijding van de redelijke termijn.